Bewogen weekje. Veel verandering, veel keer zenuwachtig geweest. Maar alles is op z’n poten gekomen. En tijdens al het stressen door heb ik twee keer heel mooie trage televisie gekeken.
Als eerste dinsdag Verloren Land waar Steven Van Herreweghe op zoek ging naar het SS-verleden van zijn grootvader. Zijn opa zaliger was destijds in dienst gegaan van de SS in de hoop zijn ideologie van een onafhankelijk Vlaanderen onder Duitsland in vervulling te zien gaan. Ik steun die ideologie absoluut niet, maar ik versta wel dat iemand die de afloop nog niet kent zoals wij hem kennen zich voor zoiets kan smijten. En één van de mooiste citaten uit heel het programma was:
“Als goede mensen enkel goede dingen zouden doen, en slechte mensen enkel slechte dan was het eenvoudig. Maar vaak doen goede mensen heel slechte dingen en slechte mensen goede.”
Dat citaat spookt al heel de week rond in m’n hoofd. Daarstraks las ik dit interview met die leerkracht die die leerling nogal hardhandig behandeld heeft en vervolgens heel de Vlaamse (verdoken) rioolpers over zich heenkreeg. Iedereen heeft z’n kookpunt en zelfs de “beste” mensen kunnen doorslaan. Niet dat er zoiets bestaat als goede en slechte mensen.
Het tweede programma was Nooitgedacht waarin Rik Torfs mijn stiekeme kinderheld Gert Verhulst interviewde. Ik heb enkel de laatste helft gezien maar het stuk over de zoektocht naar God. Gertje zei daar iets in van:
“Soms vervloek ik mijn ouders omdat ze mij geen geloof hebben ingelepeld.”
Ik ben gedoopt geweest, heb m’n twee communies gedaan en ben tot zowat m’n 12 elke week trouw naar de kerk geweest. Ik begreep absoluut geen jota van wat ze daar vertelden en vond dat inmens saai, en in de jaren nadien gebruikte ik God om dingen geregeld te krijgen (wat nooit lukte). Zo van “God, ik geloof eeuwig in u als je deze week ervoor zorgt dat meisje X mijn vriendinnetje wordt”. En als dat niet lukte gebruikte ik Allah, Buddah, Visjna en in hoogste nood zelfs Satan. Maar die truuk lukte nooit en ik ben nog steeds goddeloos.
Maar waar Gert Verhulst het over had was de angst voor de dood. Ik heb daar zelf absoluut nog geen last van, ik leef van dag tot dag, ben hopelijk nog niet in een derde van mijn leven en het gaat absoluut de goeie richting uit met mijn leven. Maar ik begrijp wel volledig dat je eens je over de helft zit wel serieus kan beginnen twijfelen of hopen dat er iets is.
Maandagnacht met het superonweer stond ik buiten op mijn terras, de hemel zag knaloranje en de bliksems kwamen met tien tegelijk terwijl er een constant gebrom van donder was. Toen kon ik me toch niet ontdoen van de gedachte dat sommige dingen niet te vatten zijn, dat ze groter dan ons zijn. De ene noemt het God, ik noem het de natuur, het lot en het toeval, en Gertje vatte het mooi samen met:
“Was God maar even aaibaar als Samson”