Nu het decennium er bijna opzit word je overal om de oren geslagen met lijstjes van het beste van de afgelopen tien jaar. Ik vind dat een beetje een stom concept. Er is zoveel goed uitgekomen de afgelopen tien jaar en je kan bijvoorbeeld ‘Is This It?’ van The Strokes (door de NME uitverkozen tot beste plaat van het decennium) onmogelijk naast bijvoorbeeld een Animal Collective of een My Morning Jacket leggen. Andere tijden, andere genres en niet vergelijkbaar. Bij eindejaarslijstjes heb je nog een beetje de zeitgeist van het afgelopen jaar om de platen te plaatsen, maar voor zo’n lijstje dat tien jaar wordt het bijna onmogelijk. Daarom een overzicht per jaar van mijn muzikale belevingswereld.
In 2000, toen was ik 16, was Napster nog maar net uitgevonden en was muziek ontdekken veel minder vanzelfsprekend als vandaag. YouTube bestond nog niet, Telenet was pas een jaar voordien begonnen en als je al muziek vond op het Internet werd die steevast voorafgegaan met vijf minuten de melding “Buffering …” om dan na tien seconden te beginnen haperen. MP3-spelers zagen eruit als hieronder en konden 9 nummers opslaan. Those were the days.
Mijn CD-collectie bestond uit een paar platen van Nirvana, The Wall van Pink Floyd, The Black Album van Metallica, een MTV Fresh of 2, twee platen van The Red Hot Chili Peppers en wat dingen van stoere jongens als 2Pac en P(uff). D(i/a)ddy. En die dingen werden grijsgedraaid. Ik kan het me nu amper nog voorstellen dankzij het immense aanbod aan muziek om een CD een half jaar in de discman te laten zitten, maar toen was dat vreemd genoeg zo. Dankzij Napster was de rest van mijn muziekcollectie een wirwar van losse tracks. Napster kende het concept album niet en je zat dus opgezadeld met een hoop singles.
Het jaar 2000 was ook mijn eerste keer Pukkelpop. Daar herinner ik me vooral dit van:
Eminem zou ook komen dat jaar, maar had zijn moeder geslagen en mocht het land niet uit. Limp Bizkit was ook van de partij. Ik was 16 en vond dat allemaal de max. En het zou nog een aantal jaren duren eer ik ontdekte dat er ook echt goede muziek werd gemaakt in 2000.
Radiohead bracht Kid A uit. Ik moet dat toen rotslecht gevonden hebben. Ik kende Radiohead van op MTV en vond toen waarschijnlijk dat ze gewoon rockdeuntjes moesten blijven maken in plaats van het artyfarty gezeik waar ze ineens mee afkwamen. Terugkijkend was het één van de beste zetten van het afgelopen decennium en ook één van de sterkste platen.
Ook uit 2000 (even moeten gaan spieken bij de Pitchfork top 10 van dat jaar) is ‘Lift Your Skinny Fists Like Antennas To Heaven’ van Godspeed! You Black Emperor. Postrock is het meest uitgemolken genre van de afgelopen tien jaar, het behangpapier bij de meeste VRT-documentaires en ondertussen een genre waar ik zo ongelofelijk moe van word als ik weer een nieuwe kloon hoor. Ik ontdekte postrock in 2001 op Pukkelpop bij Mogwai, ogen dicht op die houten vloer en één van de meest beklemmende concertervaringen ooit (en de meest goedkope trip want er waren geen drugs mee gemoeid). Ooit was het dus nieuw en spannend en Godspeed! was samen met Mogwai (en Slint voor hen) één van de grondleggers.
En dan Agaetis Byrjun van Sigur Ros, dat ik weiger onder die holle term postrock te klasseren omdat het zoveel meer is. Pas deftig ontdekt nadat Daan op een avond rond videoclips in de Roma één van hun clips liet zien. Voor de eerste keer live gezien op één van de meest overweldigendste optredens ooit in het Koninklijk Circus en dan nog eens op Pukkelpop vanuit de frontstage waar Kyle van Bloc Party naast mij stond te blijten dat het geen naam had. En gelijk had hij, Sigur Ros maakt al tien jaar de mooiste soundtrack bij een wereld die op die tijd heel wat lelijker is geworden.
Een groep die jammer genoeg niet meer bestaat maar in 2000 wel een meesterwerk afleverde was Arab Strap. Uit dezelfde stal als Belle & Sebastian en Aereogramme maakten ze vrolijke popdeuntjes met zware teksten.
Een groep waar toen niemand van dacht dat ze tot een stadiumband zouden uitgroeien stonden in 2000 op Pukkelpop naar hun schoenen te staren in de Club. Negen jaar sloten ze een dag Werchter af. En ze hebben het verdiend eigenlijk. Tussen Yellow en Viva La Vida zaten wel 2 ontzettend mindere platen en voor de laatste hebben ze goed naar Editors gekeken, maar qua stadiumrockgroep heb ik ze toch net iets liever dan bijvoorbeeld Muse of Placebo.
En dan was er ook nog het debuut van een groepje dat de weg plaveide voor alle indiepop die de laatste 10 jaar uit Canada komt. Zonder hen wellicht geen Broken Social Scene of Arcade Fire.
Bright Eyes brak ook dat jaar op relatief beperkte schaal door met Fevers And Mirrors. Ik ben dik teleurgesteld met zijn “solo” werk en ook die Monsters Of Folk plaat vind ik een erg gemiste kans. Maar toen maakte hij nog goede muziek.
En ik zou nog uren kunnen doorgaan, maar het is duidelijk dat het nieuwe decennium heel sterk begon. Al heb ik 95% daarvan toen niet actief meegemaakt.


